Laplanduil

Strix nebulosa

Laplanduil

 

De laplanduil jaagt meestal overdag en ook wel in de schemering. Hij jaagt vanaf een lage verhoging, waar hij een goed uitzicht heet. De prooi wordt zowel met het oog als op het gehoor opgespoord. In de regel zijn deze uilen trouw aan hun territorium; alleen in slechte woelmuisjaren, trekken ze naar het zuiden.

Voedsel

Overwegend woelmuizen, lemmingen of eekhoorns, af en toe ook jonge sneeuwhazen of vogels tot de grootte van sneeuwhoenders.

Voortplanting

Benut meestal nesten van andere (roof)vogels, maar ook uitgeholde boomstronken of een zelfgemaakte kuil in de grond. Het vrouwtje broedt vanaf het eerste ei. De jongen verlaten het nest al voor ze goed kunnen vliegen. Zij worden door beide ouders gevoerd tot ze zelfstandig zijn.

Leefgebied

Noord-Scandinaviƫ, Noord-Rusland, Siberiƫ, Sachalin en Noord-Amerika. Dichte naaldwouden van taiga en gebergte, die veel open plekken, moerassen en kaalslagen hebben.