Ruigpootuil

Aegolius funereus

ruigpootuil

Ruigpootuilen hebben een opvallend dikke kop, met een duidelijke, ronde gezichtssluier en gele ogen. In sommige gebieden waar deze uil oorspronkelijk voorkwam is hij nu zeldzaam geworden.

Voedsel

Ruigpootuilen broeden bij voorkeur in holen en holtes in bomen, maar ook in nestkasten die door mensen opgehangen zijn. Meestal legt het vrouwtje vier tot zeven eieren die 26 tot 28 dagen bebroed worden. In de eerste drie weken na het uitkomen van de eieren blijft het vrouwtje bijna de hele tijd op het nest, het mannetje moet in die tijd helemaal alleen voor het voedsel zorgen. In gunstige jaren broeden ruigpootuilen soms twee keer.

Voortplanting

Ruigpootuilen broeden bij voorkeur in holen en holtes in bomen, maar ook in nestkasten die door mensen opgehangen zijn. Meestal legt het vrouwtje vier tot zeven eieren die 26 tot 28 dagen bebroed worden. In de eerste drie weken na het uitkomen van de eieren blijft het vrouwtje bijna de hele tijd op het nest, het mannetje moet in die tijd helemaal alleen voor het voedsel zorgen. In gunstige jaren broeden ruigpootuilen soms twee keer.

Leefgebied

De ruigpootuil bewoont in Europa uitgestrekte wouden, bij voorkeur naaldwouden.