Beermarter

Arctictis binturong

beermater

 

Geen beer of marter, maar een Aziatische civetkatachtige. Hij brengt het grootste gedeelte van zijn leven door in bomen. Het is één van de weinige roofdieren met een grijpstaart. Deze dient als steun als hij met zijn voorpoten een tak met vruchten naar zich toetrekt.
Beermarters zijn voornamelijk ‘s nachts actief; overdag rusten ze opgerold op een boomtak of in een boomholte. Ze leven solitair en houden er een territorium op na.

Voedsel

Beermarters zijn omnivoren: ze eten behalve vruchten ook scheuten, bladeren, kadavers, insecten, eieren en knaagdieren. Er zijn gevallen bekend van beermarters die in het water zwommen om vissen te vangen. Vogels worden met veren en al gegeten.

Voortplanting

Een vrouwtje kan jaarlijks twee worpen krijgen. Één tot drie jongen worden geboren na een draagtijd van ongeveer 92 dagen. Ze zijn na een jaar volgroeid.

Leefgebied

Komen voor in de regenwouden van India, Nepal, Bhutan, Myanmar, Thailand, Indochina, Maleisië, Sumatra, Java, Borneo en Palawan (Filipijnen). Hij heeft een voorkeur voor bergbossen.

De beermarter of bintoerong (Arctictis binturong) is geen beer of marter, maar een Aziatische civetkatachtige de onderfamilie der palmrollers(Paradoxurinae).

De beermarter brengt het grootste gedeelte van zijn leven door in bomen. Het is de enige civetkatachtige en één van de weinige roofdieren met een grijpstaart. Deze dient als steun als de beermarter met zijn voorpoten een tak met vruchten naar zich toetrekt. Beermarters zijn omnivoren, ze eten behalve vruchten (voornamelijk bessen) ook scheuten, bladeren,kadavers, insecten, eieren en knaagdieren. Er zijn gevallen bekend van beermarters die in het water zwommen om vissen te vangen. Vogels worden met veren en al gegeten.

Beermarters zijn voornamelijk ‘s nachts actief; overdag rusten ze opgerold op een boomtak of in een boomholte. Ze leven solitair en houden er een territorium op na. Een vrouwtje kan jaarlijks twee worpen krijgen. Één tot drie jongen worden geboren na een draagtijd van ongeveer 92 dagen. Ze zijn na een jaar volgroeid.

De beermarter heeft een lange, ruige, zwarte vacht. De haarpunten zijn soms wit of geel, waardoor de dieren een gelige of grijzige waas kunnen hebben. Op de oren zitten lange, zwarte pluimpjes. De staart is lang en stevig gespierd, het puntje is zeer beweeglijk en kan dienen als grijpstaart. Beermarters worden 61 tot 96 centimeter lang en 7,6 tot 14 kilogram zwaar. Vrouwtjes worden groter dan mannetjes. De staart is tot 56 tot 89 centimeter lang.

Beermarters komen voor in de regenwouden van India, Nepal, Bhutan, Myanmar, Thailand, Indochina, Maleisië, Sumatra, Java, Borneo en Palawan (Filipijnen). Hij heeft een voorkeur voor bergbossen. In deze landen wordt de beermarter soms als huisdier gehouden. Beermarters zijn eenvoudig te temmen en niet agressief.

 

De civetkatachtigen (Viverridae) vormen een familie zoogdieren in de orde van roofdieren. Het is een kleine familie met kleine tot middelgrote carnivoren, zoals civetkatten, en genetkatten. De dieren komen voor in Afrika, Zuid-Europa enZuid-Azië. Ecologisch gezien zou men ze de vervangers van wezels en marters in tropische gebieden kunnen noemen.

 

Één soort komt ook in Europa voor, de genetkat. Civetkatten zijn dieren met een gestreepte of gevlekte vacht, een lenig lichaam en een lange behaarde staart.

 

Civetkatten hebben tevens geurklieren, maar bij deze dieren bevinden ze zich in de lies. Van diverse soorten wordt de stof uit die klieren (civet) gebruikt in parfums en de farmaceutische industrie. Dit komt doordat de geur niet onaangenaam is en niet wordt gebruikt om andere dieren af te schrikken.